Showing posts with label London Calling. Show all posts
Showing posts with label London Calling. Show all posts

Friday, 5 September 2008

I have nipples, could you milk me?



Na een lange zomerstop is het de bedoeling dat de blog weer wat leven krijgt. Zoals reeds bekend staat de najaarseditie van London Calling gepland van woensdag 12 tot en met zaterdag 15 november. Het hele LC-concept is de afgelopen jaren meerdere malen gemolken met onder meer faliekant mislukte optredens in OT301 en een extra zondag editie. Deze mislukte pogingen heeft de organisatie er echter niet van weerhouden om, ondanks het zeer matige aanbod bandjes, twee warm up dagen toe te voegen aan de aankomende editie. Waarschijnlijk onder mom van "You can milk just about anything with nipples.".

Gelukkig blijft het een festival met sfeer en zijn er tot nu toe al enkele zeer veelbelovende bandjes bevestigd waaronder Cajun Dance Party, Bombay Bicycle Club, Glasvegas, White Lies en Wild Beasts. Daarnaast gaat het gerucht dat Bromheads Jacket (ter promotie van het tweede album)voor de derde keer op LC zullen spelen. Maar het is vooral de toevoeging van Bombay Bicycle Club die een lang gekoesterde wens eindelijk in vervulling laat komen. De vorig jaar verschenen The Boy I Used To Be Ep barstte van potentie en met de laatste single Evening / Morning is deze lijn meer dan doorgezet. Luister en oordel zelf.





Download:
The Boy I Used To Be EP
Evening / Morning single

Myspace:

Bombay Bicycle Club

Cajun Dance Party
Glasvegas
White Lies
Wild Beasts

Read more

Monday, 5 May 2008

God Save The Queen - London Calling Queens Day

Terwijl Amsterdam traditiegetrouw volloopt met dronken randdebielen vindt er in Paradiso het London Calling Queens Day festival plaats. In tegenstelling tot voorgaande jaren is er ditmaal geen buitenpodium, een verademing voor de muziekliefhebber die zich zo kan uitleven voor een kleinschalige anarchie in Amsterdam.

De editie begint al vroeg (4 uur) met The Stutters. De deels uit Nederland afkomstige band maakt simpel gezegd indie. Dit is voor mij typisch zo’n bandje waar ik niet lyrisch van wordt maar dat ik ook niet slecht vind. De heren lijken er in ieder geval echt plezier in te hebben wat het al fijner maakt om naar te kijken. De bas is erg creatief verwerkt, bij
veel indie bands is deze moeilijk te horen maar hier is hij prominent aanwezig. Helaas is het geluid van de gitaar van de zanger wat slecht afgesteld wat zorgt voor een chaotische massa van geluid. Waarom de zanger links van het podium staat (vanuit het publiek gezien) blijft daarnaast voor mij een raadsel. Wordt dit net zo revolutionair als toen The Beatles hun drummer in het midden zetten? Ik denk het niet. Dus volgende keer gewoon die zanger in het midden zetten.

De tweede band van het festival is Silvery. In de hoop dat het een grap is bl
ijf ik drie nummers staan, wachtend op de clou. Die kwam helaas niet.

Peggy Sue and the Pirates zijn twee dames die naar eigen zeggen antis
oul maken. Ze begeleiden zichzelf met allerlei instrumenten waaronder een akoestische gitaar. De dames proberen vooral niet sexy te lijken met hun grote truien en mutsen (plus vintage Jurassic Park T-shirt). In het begin ben ik redelijk onder de indruk van de mooie zang en het creatieve gebruik van veel verschillende instrumenten maar na ongeveer drie nummers wordt het toch echt te eentonig: zelfde zang, zelfde gitaarspel. Kortom: leuk voor even maar zonder variatie blijft dit niet hangen.

Met drie matige acts achter de kiezen en een London Calling OOR cd die tot treurnis toe op repeat staat is de volgende tekst toch wel heel toepasselijk "
the same record for the 16th time, exact same set you did the last time round, doesn't bother me we're in harmony". Kortom de sfeer is goed, nu de muziek nog. Dit lijkt meer dan goed te komen want om 19:00 uur staan Cheeky Cheeky and the Nosebleeds klaar om het feestje officieel te openen. De Cheeky’s maken vrolijke, straight forward, edgy nummers en werden eerder al door ons getipt als prospect voor 2008. Met opener Before We Sleep is er geen sprake van een trage start. De hooks knallen om de oren en de eerste pit van het festival is een feit. Deze energie weet de band vast te houden maar niet uit te bouwen, halverwege de set wordt Give Me Your Hand ingezet en schakelt de band definitief op naar de zesde versnelling. Oude demo’s als Fascinating en Grown Quite Fond of You vliegen om de oren en zorgen ervoor dat ook het publiek zich eindelijk helemaal laat gaan. De hele set is logisch opgebouwd en leeft eigenlijk vooral toe naar debuutsingle Slow Kids. Bij de opener besluiten twee uitzinnige fans om te crowdsurfen en vervolgens de videoclip van Slow Kids om het podium dunnetjes na te spelen (waarna een berg aanhangers volgt). Waarschijnlijk in november tijdens de reguliere editie op herhaling, zo niet dan hebben we in ieder geval de beelden van fabchannel nog.


Bettie Serveert is een van de twee Nederlandse bands van vandaag. Zo voelt de band zich echter niet. Ze genieten meer bekendheid in Amerika en voelen zich blijkba
ar zo op hun plaats tussen alle Engelsen van vanavond dat ook zij zich in het Engels aankondigen. Na kort overleg besluiten ze toch in het Nederlands verder te gaan. Dit optreden zal echter niet veel bijdragen aan een grotere bekendheid in Nederland. Een band die het goed doet in Amerika zet je toch niet in Nederland op een Britpop-festival? Maar gelukkig zijn zij niet dubbel geprogrammeerd met een Britse band in de grote zaal. Want bij Scram C Baby (de andere Nederlandse band) kwam dus écht niemand kijken.

Eind 2005 was ¡Forward, Russia! uit Leeds één van de hoogt
epunten van London Calling, de kenmerkende T-shirts en genummerde songtitels zorgde voor een onuitwisbare indruk. Maar het is toch voornamelijk de muziek die zo vreselijk herkenbaar is. Het krachtige samenspel tussen gitaar en drums gecombineerd met de emotievolle drijvende zang maken ¡Forward, Russia! een unieke act in het spectrum aan Britse bands. Dat ze naast het maken van muziek ook een goed gehoor voor andere bands hebben blijkt uit ’t feit dat gitarist Whiskas er een succesvolle label ‘Dance To The Radio’ op nahoudt, bekend van o.a. iLiKETRAiNS en The Pigeon Detectives. Met een nieuw album (Life Processes) op zak zijn ze klaar om vanavond weer een onvergetelijke indruk achter te laten. Tijdens opener Thirteen barsten de fans uit hun skinny jeans. Dit is pure rock waardoor je je moet laten meeslepen. Enige probleem? Je moet de nummers, vanwege hun verschillende hooks, wel kennen om je mee te laten slepen. Dit levert een grappig gezicht op, een selecte groep fans die uitbarsten van energie en de neutrale toeschouwer die steeds drie stappen achterloopt. Frontman Tom staat geen moment stil en brengt de boodschap met zijn kenmerkende stem als apostel van Jezus aan zijn volgelingen. Voor de echte fans (waarvan ondergetekende deel uitmaakt) is het tot de laatste seconde van Spanish Triangles genieten. Voor de nieuwkomers van deze Russische politieke partij is er eigenlijk geen middenweg: ze zullen óf resoluut voor óf resoluut tegen stemmen. Degene ndie het gemist hebben kunnen het binnenkort op fabchannel terug kijken.




The Courteeners zijn de ‘grote-belofte-band’ van de avond. Naast een working class attitude heeft de band uit Manchester ook net dat vermogen om die leuke popliedjes te maken. Net als The Buzzcocks. Of denk aan een kruising tussen Arctic Monkeys en Razorlight. Eigenlijk is het ook de meest Queensday-fähige band van de avond: de liedjes zijn niet te moeilijk, de teksten zijn niet te moeilijk, de band oogt sympathiek en het rockt lekker weg. Geen onzin, gewoon spelen. Het publiek neemt graag gebruik van deze kans om even makkelijk uit hun dak te gaan op nummers als Acrylic of Cavorting. Het debuutalbum St. Jude staat vol met dergelijke degelijke Britpopnummers, en met een beetje extra media-aandacht zou deze band het deze zomer ook erg goed kunnen doen in Nederland.

Nu Ipso Facto vorig weekend naliet om zich te manifesteren als New Wave sensatie is het vanavond de beurt aan Hatcham Social om dit recht te zetten. Met hun autistische c.q. ingetogen voorkomen weten ze van meet of aan de juiste sfeer te creëren. De nummers zijn dynamisch en zitten vreselijk goed in elkaar. Met dominante bas, heldere drums en zeer aangename zang is elk nummer een genot om naar te luisteren. Eigenlijk zou ik er niet te veel woorden aan willen wijden en een ieder verzoeken om de nummers gewoon te luisteren. So So Happy Making en singles Til The Dawn en How Soon Was Then? (knipoog naar The Smiths) zijn stuk voor stuk briljant. Een fijne afwisseling en een belofte voor de toekomst.

Young Knives hebben een nieuw album! Eind 2006 speelde de band tijdens London Calling nog in de kleine zaal, maar voor deze (halve) editie zijn ze tot de Grote Zaal gepromoveerd. Waar The Courteeners nog wel eens een potje zouden kunnen breken bij het grotere (of in ieder geval bij ‘groter’) publiek hier, zal dat voor de jonge messen er niet zo snel inzitten. Het trio ziet eruit als een stel bibliothecarissen en hoewel ze hun tweed imago voor een deel verworpen lijken te hebben, zijn het nog steeds drie knullige, Britse knaapjes. En daar zijn ze zich ook terdege bewust van: ze zijn niet dun en ze zijn niet echt knap en dat komt ook in de teksten naar voren. Maar de muziek is supercool. Het is net als Britse humor (nog een ingrediënt van de band); je moet er van houden. En er zijn genoeg liefhebbers, Paradiso is vanavond hun verzamelplaats. En (The) Young Knives is een wereldband.

Door: Kevin, Tom en Yoram
Foto's: Doug

Read more

Sunday, 4 May 2008

London Calling 2008 #1 zaterdag 26 april


De mensen die de laatste jaren London Calling aandoen weten dat het festival een ware titanenstrijd is. Meer dan 20 bands in twee dagen in twee oververhitte zalen (airconditioning zou geen slechte investering zijn). De zaterdag is een dag waarop je rond 15:00 uur opstaat, een biertje opent om de kater voor te zijn, vervolgens noodles, een burger of een pizza naar binnen werkt en langzaam richting Paradiso gaat. Vanavond staan er met bands als Late of the Pier, Johnny Foreigner, Pete and the Pirates en Video Nasties erg mooie namen, maar kunnen ze het waarmaken?

Het was nog niet eerder voorgekomen dat ik al voor de eerste band van de avond naar Paradiso ging maar voor Let’s Wrestle had ik het graag over. De entree belooft weinig: een supernerveuze bassist en een zanger/gitarist die zo uit Life With Louie lijkt weggelopen, een houthakkersoverhemd aan om het plaatje volledig te maken. En dat is logisch: de muziek hakt erin. Als na een paar nummers I Won’t Lie To You is afgelopen hoor ik iemand achter me spijkers met koppen slaan: “Ik vind het nu al vetter dan gister.” Maar het wordt nog vetter: tijdens afsluiter Let’s Wrestle trekken twee onverlaten hun shirt uit en duiken naar de grond om een potje te worstelen, zonder olie, dat dan weer wel. And then the crowd goes…

Pete and the Pirates dan, één van de grotere acts van het festival. Na eerder dit jaar langs wat kleine zaaltjes te hebben getourd moest nu de grote zaal gaan genieten van de verfrissende, lichte liedjes van dit vijftal uit Reading. Het beloofde feestje blijft echter achterwege. Ik kan er moeilijk een vinger op leggen maar het leek alsof het geluid niet goed stond afgesteld. Neem de intro van Bright Lights, iets waar ik naar uitkeek, die hoort keihard te knallen maar zelfs op cd klinkt het beter. In potentie een hele leuke band, live kunnen alle stukjes op z’n plaats vallen maar dat gebeurde nu zeker niet.

Dat het op London Calling vooral de bovenzaalbandjes zijn die het moeten doen is algemeen bekend. Van tevoren zeg ik nog tegen mijn buurman: "Dit kan wel eens de grootste verrassing worden van het weekend." In de voorbereiding op Cage the Elephant kom je langs de video van de single In One Ear. De steunpilaren van de band zijn gelijk duidelijk: heerlijke nummers met een lekkere flow en een fenomenale frontman. Live komt hier nog een stukje bij en gaat er nog een stukje af. Het haar is inmiddels wat korter, een zonnebril en een extra snufje enthousiasme zijn toegevoegd aan dit Amerikaanse recept. Kentucky zal voortaan naast z’n gefrituurde kip ook bekend staan om een bandje. Toegegeven: op het basloopje uit Free Love na blijft er weinig hangen van de nummers maar wat maakt het uit. Het is springen, hossen en zweten. De zanger doet mee in de pit en eindigt crowdsurfend bij de bar. Rock ’n roll zoals het hoort, gaan met die banaan.

De tweede band die de grote zaal mag veroveren is Get Cape. Wear Cape. Fly. GCWCF draait eigenlijk om Sam Duckworth bijgestaan door een drummer en een laptop. En hier gaat hij dan ook net als The Ting Tings de mist in. Waar The Ting Tings de computer af en toe achterwege laten lijkt Sam Duckworth hem bijna bij elk nummer nodig te hebben. Een paar nummers is het leuk die extra blazers maar uiteindelijk begon ik me er aan te ergeren. Niet alleen ziet het er lullig uit maar het geeft ook enorme beperkingen. Zo kan hij totaal niet inspelen op het publiek doordat hij telkens vastzit aan die computer die al op play staat en dus elk nummer precies net zolang duurt als op het album. Hierdoor klonk de muziek erg eentonig in tegenstelling tot op plaat waar de nummers een stuk experimenteler en diverser klinken. Dit alles is erg jammer als je bedenkt dat hij goed kan zingen en bewonderenswaardig gitaar kan spelen. Dus: volgende keer gewoon die blazers meenemen en misschien af en toe een elektrische gitaar pakken voor de variatie.

Direct daarna in de kleine zaal gaat One Night Only van start. One Night Only maakt Indie-pop wat eigenlijk al vanaf de eerste minuut te merken is: de handjes gaan moeiteloos in de lucht en de zanger, die wel wat weg heeft van Luke Pitchard (The Kooks) met zijn hemd en haar, verleidt de tienermeisjes met al zijn charmes. In het begin lijkt het wat rommelig allemaal maar dat slaat om na het nummer He’s There die we eerder al konden horen op de London Calling OOR CD. Hebben we hier te maken met de nieuwe Kooks alleen dan met keyboard? Misschien, maar waarschijnlijk niet: veel nummers hebben wel de mooie opbouw en het goed meezingbare refreintje, maar toch pakt het niet helemaal.

Joe Lean and the Jing Jang Jong zet, zonder moeite, de ketting van matige acts voort na het geweldige begin van de zaterdagavond. Joe Lean stond al eerder met The Pippetes in de bovenzaal van Paradiso, toen nog verscholen achter een drumstel. Nu staat hij op het podium en dat mag iedereen weten. Met zijn vreselijk strakke broek gaat hij de strijd aan met Johnny Bordeel als meest walgelijke frontman. Zijn bandje de ting tang tong jing jang twan zan ray-ban twins kunnen het leed helaas ook niet verzachten. Gezegd moet worden dat de band met Lucio Starts Fires, I Ain’t Sure en In Competition best aardige popnummers in huis heeft. Doordat ze echter met zoveel pretentieus geneuzel gebracht worden kan je niet anders dan ze uitkotsen. "Too much of nothing is not enough" zeiden wijze dames ooit.

In de bovenzaal staan inmiddels een zevental Schotten van Broken Records klaar om kwaliteit te brengen. Het gaat bij deze heren niet om hippe skinny jeans maar om muziek, iets waarvoor ik gekomen ben vanavond. De muziek ligt totaal niet in lijn met wat de LC-gangers gemiddeld voorgeschoteld krijgen. De waardering is er echter niet minder om, de muziek zweet van invloeden die in lijn liggen met de melancholische muziek van Jeff Buckley, Nick Cave en Neutral Milk Hotel en weet hierdoor een speciale sfeer te creëeren. Ogen dicht en genieten, even waan ik me in een oase van rust. Heerlijke muziek, rijk aangekleed maar nergens over the top. Een fijne verrassing!

The Rascals zijn als gevolg van een zijproject van de zanger ook één van de bekendere bands die Paradiso aandoen. Maar zoals wel meer bands in de grote zaal niet alle verwachtingen kunnen waarmaken, doen ook The Rascals dat niet. Er wordt absoluut genoten door de mannen maar ondanks dat ze een andere sound hebben dan de meeste bands is het allemaal iets te eentonig. Bijna elk nummer wordt 15 seconde voor het eind onderbroken door een korte stilte om vervolgens weer opgepakt te worden. De effecten vliegen je om de oren maar pakken je nooit, een uitschieter is niet te vinden. Het is zelfs zo erg dat ik, wanneer wordt aangekondigd dat er nog één nummer gespeeld gaat worden en blijkt dat dit weer niet Suspicious Wit is, bijna de zaal uitloop. Tegenvallertje.

Een van de meest veelbelovende namen speelde deze keer in de kleine zaal: Late of the Pier, een beetje in het vaarwater van Klaxons maken zij New Rave, Indie en Electro. Nadat de keyboards eindelijk goed aangesloten zijn kunnen de vier heren uit Castle Donnington beginnen. Vanaf de eerste minuut knalt het en dat is ook aan het publiek te merken: er wordt wild gesprongen en robot moves from 1984 zijn weer hip. Halverwege de set zegt de zanger dat er wat rustiger aan moet worden gedaan, niemand geeft hier gehoor aan en tot het laatste nummer (Bathroom Gurgle) gaat iedereen uit zijn dak. Enige minpunt zijn de ondraaglijke zweetdampen. Naar mijn mening een van de beste optredens van de afgelopen London Calling!

Video Nasties was de band waar ik de vorige editie het meeste naar uitkeek. De hoge verwachtingen werden meer dan ingelost en een betere afsluiter van een festival kon ik me niet wensen. De kleine zaal werd kapot gespeeld en met dit optreden achter de rug waren ze verzekerd van een terugkeer naar Amsterdam. Ditmaal staan ze in de Grote Zaal, de muziek van Video Nasties is explosief, scherp en rauw: perfect voor de kleine zaal, te obscuur voor de grote (zo blijkt). De voorste rij met fans raakt in extase als ‘klassiekers’ Karl Blau en Devil ingezet worden (van de gelijknamige Karl Blau EP). De rest van het publiek lijkt het iets minder goed te begrijpen en staart stoïcijns voor zich uit. Ondanks een ijzersterke set waarin blijkt dat de band duidelijk gegroeid is qua stage performance weet de band niet weer het zelfde gevoel op te wekken. Daarvoor is de zaal te groot en een deel van het publiek te saai, hopelijk binnenkort solo in de bovenzaal gewoon weer als vanouds.

Johnny Foreigner werd eerder al getipt door ondergetekende op deze zelfde blog als the gig to see. Johnny Foreigner is geen soloartiest maar een trio uit Birmingham, geen folkmuziek maar pure punkrock die doet denken aan Sonic Youth in een samurai gevecht met Pavement. Debuut album Waited Up ‘til It Was Light lekte daags voor aanvang van het festival uit, een heerlijke amuse voor een koningsmaaltijd. De slopende werking van het festival begint zijn tol inmiddels te eisen maar een laatste adrenalinestoot schokt door mijn lichaam terwijl Johnny Foreigner het podium betreed. Vanaf begin tot eind speelt de band alsof er no tomorrow is, Champagne Girls, Sofacore, Cranes and Cranes and Cranes and Cranes (and Cranes) en Yes! You Talk To Fast worden met passie gebracht en ontvangen. Als blijkt dat de band op weg naar Paradiso hun paspoorts kwijt geraakt zijn waardoor ze het land niet meer uit kunnen, lijkt noch band noch publiek te treuren. Hopelijk vragen ze een Nederlands paspoort aan want ik weet niet of ik nog heel lang kan wachten op een vervolg optreden.

Als afsluiter is om kwart voor twee Friendly Fires geprogameerd, vorig jaar speelde zei ook al op dit festival alleen dan in de kleine zaal. Zelf beschrijven ze zich als PunkFunkRock, ik zou het liever electro-pop willen noemen, met veel percussie en herhalende refreintjes die maar niet uit je hoofd willen. De heren stralen een en al energie uit op het podium en lijken er ook erg van te genieten, net zoals het publiek dat er vrolijk op los danst. En zo werd Friendly Fires een mooie afsluiting van de avond, nog even genieten van de drie heren uit St Albans en het laatste zweet van je af dansen en dan vrolijk en met een goed gevoel naar huis!

Door: Camiel, Kevin en Tom

Read more

Wednesday, 30 April 2008

London Calling 2008 #1 vrijdag 25 april

Sinds het mainstream succes van bands als Franz Ferdinand, Kaiser Chiefs en Arctic Monkeys wint het London Calling festival elke editie weer aan populariteit. Dit jaar ging het zelfs zo ver dat de passepartouts al uitverkocht waren met slechts een onofficiële bevestiging van Video Nasties (de uitschieter van de november 2007 editie samen met Blood Red Shoes).

Opener op de vrijdag is Florence and the Machine, oftewel Florence Welch en de muzikanten die tot haar beschikking staan. De muziek en haar prachtige doorleefde stem neigen veel naar ‘americana’ met een Engels accent, maar afgezien van een paar parels (Girl With One Eye) klinkt ze in sommige nummers als een nieuwe Kate Nash. En dat is wel het laatste waar we behoefte aan hebben. De overige tijd wordt ingevuld met covers (o.a. Beirut en Cold War Kids) en gekkigheid: vliegtuigjes gooien of iets anders debiels, want ja, het is nogal een vreemde tante. Maar aangezien ze nu nog geen fatsoenlijk half uur kan volmaken met eigen materiaal, kunnen we enkel raden of Florence zich zal ontpoppen tot een matig interessante Kate Nash-variant of dat ze het Britse antwoord op (laten we zeggen) Feist zal zijn?

De ene machine wordt opgevolgd door de ander, The Answering Machine, de band die pas kort voor aanvang van het festival bevestigd werd. Ondanks de leuke nummers, die overigens nergens echt vernieuwend klinken, weet de band de grote zaal niet te overtuigen. De spieren zijn nog te stijf en het eerste biertje moet nog gedronken worden. Erg jammer want met een losser publiek en wellicht een kleinere zaal had dit optreden ons veel meer kunnen brengen. Misschien wordt de band de volgende editie een herkansing gegund.

Exile Parade volgt en heeft in theorie goud in handen met producer Owen Morris (die eerder zijn taken voor The Verve en Oasis met verve uitvoerde). De facto ziet het plaatje er een stuk minder rooskleurig uit. De heren hebben zichzelf een rock imago aangemeten met hun strakke leren jasjes maar verder dan dat reikt de inspiratiebron niet… De zanger doet alsof ie Mick Jagger is maar vooral voor de gitarist moet je uitkijken; arrogant kijkt ie de zaal in, daarna toch nog maar even checken of ie het goede akkoord te pakken heeft om vervolgens weer heel wijs de zaal in te kijken. Er is niks mis met arrogantie maar zorg dan in ieder geval dat je een paar noten kan spelen en wat pakkende nummers hebt. Wat misplaatst, zelf z’n biertje krijgt ie niet op. Ober, mag ik een appelsap met een rietje voor deze jongen?!

De tweede band die in de grote zaal mag spelen is het instrumentale Baltic Fleet, ze maken krautrock die in de lijn ligt van Neu, Air en Daft Punk. Waar Daft Punk een fantastische stage performance heeft staan de heren van Baltic Fleet zielloos achter synthesizers, drumcomputers en drums. Het geluid staat slecht afgesteld en de zaal lijkt het meer als achtergrondmuziek te beschouwen, er wordt dan ook bijna niet gedanst wat toch wel zou moeten bij dit soort optredens. Aan de muziek ligt het niet, die is zeker in orde en bij vlagen zelfs erg goed maar de band staat eigenlijk gewoon op de verkeerde tijd op de verkeerde plek. Het is al geen echte London Calling band en dan spelen voor een nog nuchter publiek… het was bij voorbaat al gedoemd te mislukken.

Terwijl de mystieke klanken van Baltic Fleet nog doorklinken wacht de stampvolle kleine zaal vol verwachting op de New Wave sensatie uit Londen Ipso Facto. Misschien beter bekend als de zusjes van The Horrors maar verder dan de kleding reikt die vergelijking niet. De muziek van Ipso Facto is stukken minder ruig en neigt veel meer naar de goth kant dan naar garage, hetgeen ook blijkt ook uit de houding van de dames. Vol zelfvertrouwen maar met enige terughoudendheid wordt de zaal ingekeken. De stijl en muziek van Ipso Facto zijn een frisse afwisseling op een festival dat doorgaans gedomineerd wordt door post-Libertines gitaarbandjes. Op basis van de demos en verhalen uit London waren mijn verwachting voor dit concert hooggespannen. Deze verwachtingen worden maar deels waargemaakt. Het optreden ontbeert overtuiging, meeslependheid en geloofwaardigheid. Weer een kwestie van verkeerde setting en dat zeg ik met pijn in mijn hart. Een band als Ipso Facto moet je in een duistere underground venue zien en niet in een zaal vol met mensen die verkleed zijn als respectievelijk superman, piraat en ridder (drie jaar geleden zou London Calling nog wel perfect geweest zijn). Daarnaast treft de band ook enige blaam, een vernieuwende baslijn hier en daar zou gaan onnodige luxe zijn. Erg jammer want dit optreden had heel mooi kunnen zijn.

De avond heeft tot nu toe nog weinig memorabels gebracht, taak dus aan Mystery Jets om de zaal plat te spelen (zoals in 2006). Eerder deze maand werden alle mini Kate Nashjes omver geblazen door het geluid en met een breder publiek en een extra lange time slot lijken alle ingrediënten aanwezig. Aan het begin van het optreden gaat het echter al direct mis als Blaine’s keyboard het laat afweten, de microfoon valt uit, de gitaren staan te hard, drums te zacht. Sabotage? Je zou het bijna gaan denken. Ondanks alle technische gebreken worden de nummers met evenveel energie en passie gebracht als eerder deze maand. Enige verschil is dat er ditmaal wel ruimte is voor oud werk, beste single van 2006 You Can’t Fool Me Dennis. Het is duidelijk dat de Mystery Jets de focuss hebben gelegd op Twenty One en hiermee hopen eindelijk ook op het vasteland door te breken. Met een goede geluidsman gaat dit zonder problemen lukken.

Met twee leuke singles op zak is het de vraag of de vijf broekies van The Metros uit Zuid-London de bovenzaal aankunnen. Maar als je dan een zanger hebt die af en toe zo scheel kijkt dat ie nog geen sigaret kan aansteken en met de constatering dat er goed geluisterd is naar The Clash en The Libertines (check Robbin’ Hood), kan er eigenlijk al niets meer fout gaan. Stralend van vertrouwen en met de haren alle kanten op zijn ze er klaar voor om de tent te laten exploderen. Geen bakken vol pedalen, gewoon een versterker, een gitaar en spelen maar. Dit is waar we voor gekomen zijn: echte, pure, rauwe muziek gecombineerd met een sterk staaltje entertainment die veel bandjes ontberen. The Metros is niet alleen een energiek gitaarbandje maar heeft ook een originele sound in huis. Veel punk en ska-invloeden smelten samen tot catchy songs. De bovenzaal gaat plat en de vloer trilt zoals alleen de vloer van de bovenzaal dat kan. Heerlijk!

Blood Red Shoes is de absolute hoofdact van dit weekend. Iedereen tipte ze, iedereen had het over ze, het kon eigenlijk alleen maar tegenvallen. Dat deed het niet maar het deed het ook wel. Aan Steven 'Jezus wat een beest' Ansell en Laura-Mary 'Jezus wat is ze leuk' Carter zal het niet liggen. ’s Middags nog bij de instore in Concerto werd vier nummers lang alles gegeven en ook ’s avonds gaat het los. Als het duo na bijna drie kwartier vriendelijk doch dringend wordt verzocht om het optreden af te ronden wordt nog één nummer gespeeld, tijd voor I Wish I Was Someone Better is er niet eens. Maar ik blijf een vieze smaak overhouden aan het optreden. London Calling was een paar jaar geleden nog een festival waar mensen naartoe gingen die echt van de muziek hielden. De muziek was waar het om draaide. Tegenwoordig gaat het er vooral om om gezien te worden. Alle clichés over de ‘scene’ zijn van toepassing: Allstars, skinny jeans, een hip shirtje en wat al nog meer, tot trendy brilletjes aan toe. Was dat maar het ergste. Voor het eerst heb ik me echt geërgerd aan het publiek. Acht keer stagediven tijdens één nummer is niet hip, dat is zielig, kleine kutkoters. De meesten komen godverdomme nog niet eens boven het podium uit. 1 meter 30 en dan houdt het op. Vieze, zweterige, ouwe mannen komen ook nog even hun pens showen op het podium en trieste figuren in Hawaii-rokjes doen hun dansje. Voor het eerst ben ik blij dat bouncers mensen van het podium trekken. Maar je mag het de band niet kwalijk nemen. Er wordt met een ongelooflijke energie gespeeld en je ziet de twee echt genieten. Laura verandert van een onschuldig meisje in een punkchick die zo hard op haar gitaar ramt dat ze moet oppassen dat ze er niet van gaat bloeden en Steven mept zo hard dat hij zijn snare naar de kloten slaat. Crowdsurfend verlaten ze de zaal. Wat een band!

Make Model heeft de ondankbare taak om na Blood Red Shoes op te treden, of juist de dankbare taak? Een band met charisma zou voort kunnen borduren op de opgewekte energie en dit in haar voordeel gebruiken. Make Model lijkt het al opgegeven te hebben voor ze beginnen met spelen. Het podium staat vol met artiesten maar allemaal missen ze uitstraling. Op zich geen punt als je maar sterk materiaal in huis hebt. Het arsenaal van Make Model is leuk, maar niet meer dan dat. De nummers slaan niet aan en missen overtuiging, het is allemaal iets te braaf. Bij single The LSB wordt dit gevoel even opgewekt maar verder dan drie dansende mensen en een kopje koffie gaat het vanavond niet.

Iets na middernacht spelen The Ting Tings in de grote zaal. The Ting Tings bestaan net als Blood Red Shoes uit een mannelijke drummer en een vrouwelijke gitarist. Ze maken indie-pop die af en toe een beetje naar electro neigt. Iedereen in de zaal doet eigenlijk waar die zin in heeft: sommige dansen, sommige springen, sommige pitten, sommige crowdsurfen. Het publiek is tevreden maar het lijkt allemaal net iets te gemaakt. Zo worden veel basloopjes uit de computer getoverd waardoor de charme er toch vanaf is. Kortom: leuk, maar niet geweldig

Dead Kids heeft duidelijk minder brave inspiratiebronnen dan The Ting Tings, de grote vraag voor het optreden was dan ook of er nog iets over zou blijven van de kleine zaal. Ze maken enorm energieke new-rave-punk, een soort van doorgeslagen Does It Offend You, Yeah? Maar voor de muziek hoef je eigenlijk niet naar Dead Kids te gaan: het is de show. Vanaf minuut 1 springt de zanger alle kanten op, randt een meisje half aan en crowdsurft alsof zijn leven er vanaf hangt. Aan het einde van het optreden is iedereen helemaal verbaasd van de explosie van energie die zich het afgelopen halfuur heeft voorgedaan. Om de muziek gaat het helemaal niet bij Dead Kids, het is de show!

Aan Get Shakes de eer om de vrijdag af te sluiten. Veel kan ik hier niet over zeggen want na 2 nummers ben ik afgehaakt. Helemaal ingebouwd door al hun apparatuur, een aantal synthesizer, drumpats en een Macbook, maken 2 twee broers voornamelijk electro. Het publiek was niet echt duidelijk naar de twee heren gericht waardoor ik denk dat velen het niet eens hadden gemerkt als er een CD was opgezet, weinig boeiends dus (tot de eerste 2 nummers).

Door: Camiel, Kevin, Tom en Yoram

Read more

Thursday, 10 April 2008

Het feestje van Piet (London Calling)

Toen ik 12 januari het kleine zaaltje van Ekko kwam uitgelopen was ik vrolijk en vooral verrast. Een week eerder had ik een nieuwsbrief van Ekko in m’n mailbox gekregen waarin stond dat ik door een mailtje terug te sturen twee kaartjes kon winnen voor het optreden van Pete and the Pirates in deze zaal. Ik had vaag een keer van dit bandje gehoord dus ben maar eens gaan luisteren naar nummers op MySpace. Mr. Understanding, Knots, Come On Feet en Bright Lights klonken heel leuk dus de mail was gauw verstuurd en de volgende dag kreeg ik bericht dat ik had ‘gewonnen’.


Het optreden zelf kan ik niet anders typeren dan één groot (kinder)feestje, tot de slingers aan toe. De vijf jongemannen uit Reading genieten vanaf het moment dat ze het podium opkomen tot en met het moment dat ze het podium na de toegift weer verlaten en het publiek geniet zo mogelijk nog meer. In no time is het optreden voorbij, de nummers zijn langs geraasd zonder een moment van verslapping. Licht verteerbaar, puntig, vrolijk, snel, ritmisch, dansbaar. Of zoals ze zelf zeggen: "Pete and The Pirates blend of smooth edged punk and pop produces music which is sweet, raw, joyous, melancholic, raucous and tender." Na afloop praat ik nog een half uur met gitarist Peter en drummer Jonny en maak ik ze duidelijk dat ze vooral naar de volgende editie van London Calling moeten komen.

Een week later wordt hun naam bevestigd en wordt het tijd om maar eens op zoek te gaan naar wat meer muziek. Ik kom uit bij debuut EP Get Even, geheel onverwacht is dit een beetje een suffig plaatje dat totaal niet doet vermoeden hoe het er live aan toe gaat. Alleen Toe, een heel mooi ingetogen nummer dat aan het eind explodeert, laat een glimp zien van wat PatP in zijn mars heeft.
Tweede EP Wait Stop Begin begint met het bekende Come On Feet, maar doet mijn hart maar weinig sneller kloppen dan Get Even terwijl vier van de zeven nummers ook live werden gespeeld. Ook nieuwe single She Doesn’t Belong To Me klinkt wat mat.

Dan het debuutalbum Little Death. Wanneer krijg ik weer dat gevoel van het optreden? Waar blijven die vrolijke deuntjes? Wanneer begint het feestje? Eigenlijk nooit. Het is een hele leuke, goede plaat, de vier eerdergenoemde nummers blijven in je kop zitten en Bright Lights is een heerlijke afsluiter, maar lang niet alle nummers worden met deze hoeveelheid energie gespeeld.
En dat is het precies het verschil. In de rustigere nummers zitten weldegelijk behoorlijk opzwepende melodieën maar deze worden tijdens het optreden wel met dezelfde energie gespeeld. De bas dreunt een stuk lekkerder door in je buik, de drum knalt harder en de gitaren zijn een pak scherper.

Voor het laatste nummer van de set in Utrecht werd het publiek gevraagd of dit nummer fast of slow gespeeld moest worden. Fast klonk het volmondig. Maar eigenlijk was deze vraag overbodig. Pete and the Pirates is live op z’n sterkst en verrast je door in hoogste versnelling de leukste liedjes te spelen. Een feestje was het in Utrecht en een feestje gaat het worden in Amsterdam. Vergeet je slingers niet mee te nemen.

Live: 26 april in Paradiso
Link: YouTube en MySpace
Foto: Steve Gullick

Read more

Thursday, 27 March 2008

Let's Wrestle Let's Fucking Wrestle (London Calling)

Nadat we vorige week al Johnny Foreigner en Late of the Pier uitlichtten staat deze week het Noord-Londense drietal (trend?) Let's Wrestle centraal.

Let's Wrestle is sinds de release van hun 7" single debuut Song for Abba Tribute Record, op Marquis Cha Cha (bracht ons eerder al Bromheads Jacket en We Start Fires), een bescheiden fenoom geworden. Het trio uit Noord-Londen heeft een klakkelose 'I can't be arsed' attitude over zich heen hangen. Zanger Wesley Patrick Gonzalez (WPG) klinkt als een astmathische Eddie Argos in een houdgreep van Hulk Hogan terwijl de drums op de achtergrond als proper duct tape fungeren om te voorkomen dat de valse bass van Mike Lightning uit elkaar valt. Het zijn deze ingrediënten waar de meeste indie bandjes hun hele loopbaan naar zoeken, Let's Wrestle werd ermee geboren.

Reden te meer voor Stolen Recordings om het trio toe te voegen aan hun stal van succesformules, waar Pete and the Pirates (staan ook op LC) en Artefacts for Space Travel eveneens onderdeel van zijn. De vorige maand uitgekomen EP In Loving Memory Of bruist van frisse genialiteit
. Opener en uit november 2007 afkomstige single I Won't Lie To You bevat, naast het kenmerkende rammelende geluid, de typische lyrics van WPG "the duvet’s on fire, so is your hair, but darling that’s the way it is”. De teksten lopen als een rode draad door de EP en vormen de basis van de succes formule die Let's Wrestle heet. Tijdens Song for Man with Pica Syndrome, die met een heerlijke baslijn en scherende giraten opent, vertelt WPG hoe hij in 1971 zijn ouders ongerust maakte "I ate three toothpicks, a goldfish and a child’s candle-making kit that belonged to my sister". De London Calling gangers zullen zich nergens ongerust over hoeven te maken als ze zich maar aan de volgende regels houden:

Get yer crack pipe out baby and let's start a fight
Get yer high heels on and let's dance all night
Get your t-shirt off and get in the mud
Get on yer knees and pray for mercy

Let's wrestle let's fucking wrestle

Live: zaterdag 26 april 2008, Paradiso
MySpace: Let's Wreslte
Download: EP + demos

Read more

Wednesday, 19 March 2008

What, Late of the Pier? I thought you said Apartheid! (London Calling)

"Het is zonder tussenvoegsel," verzucht zanger Earl Samuel Dust (geboren als Samuel Eastgate) in menig interview. "Het is Late Off Pier. Waarom iedereen ons Late of the Pier noemt is mij een raadsel." Lake of the Peer, Hate on the Queer, het vierkoppige monster uit Castle Donnington... Hoe ze zichzelf het liefst noemen, waar ze vandaan komen en waar ze naar toe gaan is een groot raadsel, en weet niemand behalve deze in een waas van mystiek gehulde jongens zelf. Zo verkondigden ze aan de halve journalistieke wereld alle vier geadopteerde kinderen te zijn van de tweekoppige band Smokey & The Fall, die bij nader onderzoek niet bleek te bestaan. Wellicht was daar dan wel Smoking The Fool, een side-project van de Loughboroughse band My Dog Has No Nose. In beide acts speelt een zekere meneer Rik Eastgate mee. Rik Eastgate, de man die zijn zoon een steuntje in de rug gaf en hem aanmoedigde een band te beginnen. De indirecte aanleiding van de geboorte van Late of the Pier in 2004. Het antwoord op de vraag of we Rik Eastgate hiervoor dankbaar zouden moeten zijn is simpel. Ja.

Late of the Pier laat zich niet makkelijk omschrijven. Earl Samuel Dust maakt met zijn compagnons Francis Dudley Dance, Red Dog Consuela en Jack Paradise futuristische, synthetische, onalledaagse rave-/electro-/housebreakbeat. Ze liggen erg goed in het gehoor: zo bestaat hun fanbase na een relatief korte tijd uit de NME, The Observer, Hedi Slimane, de tv-serie Skins én alle Kitsuné kinders. Dit terwijl er nog geen album uit is en de band het zelf ook niet heel erg veel interesseert. Drie officiële releases hebben ze inmiddels op hun naam staan: Space and the Woods onder Way Out West, en Bathroom Gurgle en The Bears Are Coming onder Moshi Moshi. De band heeft zijn populariteit echter te danken aan de Zarcorp demo's (een onofficieel album) die ze via het internet hebben verspreid, hun hersenbrekende video's en de singles die tegen beter weten illegaal worden verspreid op verscheidene muziekfora. Het zal niet lang duren voordat ze een massale opschudding zullen veroorzaken en de slapende muziekfans wakker gaan schudden: na Mystery Jets zijn Late of the Pier met Erol Alkan de studio ingedoken en dit kan niets anders dan tot een magistraal resultaat leiden.

Vorig jaar in juni deed Late of the Pier Amsterdam al één keer aan. In de grote zaal van de Paradiso speelden ze op de London Calling editie die in het teken stond van 5 Days Off. Afgezien van het lamlendige publiek dat zich niet schaamde meer dan één meter van het podium af te gaan staan, wisten ze toch een spectaculaire show neer te zetten: energiek, strak gespeeld, de juiste shirts en gele skinnies. Een klein jaar later staan ze er weer, nu op de normale editie. Of je een kijkje moet gaan nemen? Misschien wel, misschien ook wel niet...

Fotografie: Alistair Allan.
Live: zaterdag 26 april, grote zaal, Paradiso.
Links: The Bears Are Coming (video) & interview met God Is In The TV.

Read more

J.F. leeft nog steeds (London Calling)

Het aftellen naar de nieuwe editie van London Calling is inmiddels van start gegaan. Aangezien het niet voor iedereen weggelegd is om de waslijst van 22 bands (toeval?) door te spitten, scheiden wij voor jullie het kaf van het koren. De aankomende weken zullen wij de bands uitlichten die onzes inziens niet gemist mogen worden. De eerste band die wij uitgekozen hebben en die het zonder meer waar gaat maken is Johnny Foreigner.

Johnny Foreigner is een trio afkomstig uit de tweede stad van Engeland, Birmingham, de stad die ons vorig jaar nog de chav-rock van The Twang bracht. Naast dat beide bands uit dezelfde stad komen hebben ze niks met elkaar gemeen. Johnny Foreigner maakt muziek die zich niet laat labelen, invloeden reiken van Sonic Youth en Pavement tot de hoekige gitaarlijnen van Bloc Party en de losbondigheid van Los Campesinos!. The Twang? Daar hebben wij het liever niet meer over.

Sinds de release van mini album Arcs Across the City heeft Johnny Foreigner het hart van menig muziekliefhebber sneller doen laten kloppen. Ook ondergetekende wordt nog regelmatig opgenomen in afdeling Cardio-thoracale Chirurgie van het AMC. Openingsnummer Champagne Girls I Have Known begint met afbouwende drums en gierende gitaren die worden verstoord door een sirene van lawaai. De startknop is ingedrukt en de hysterische gitaarlijnen, ondersteunt door de schreeuwende mannelijke en vrouwelijke vocalen, volgen elkaar in razend snel tempo op. Tijdens The End and Everything After gaat de overdosis ADHD vrolijk verder en kan ik niet anders dan de volle 3 minuten en 7 seconden genieten.

Ook bij de opvolgende nummers is het onmogelijk stil te blijven zitten. Elk nummer wordt met ongekende snelheid, overgave en overtuiging gespeeld. Deze band zal je dan ook niet betrappen op clichés en liedjes die je dronken nog mee kan zingen. Wie denkt dat Johnny Foreigner een one-trick band is heeft het mis, J.F. houdt tijdens het relatief rustige This Band is Killing Us en de akoestische afsluiter All Moseley Gardens meer dan stand. In een stampvolle bovenzaal van Paradiso wordt dit zonder twijfel het optreden van London Calling.

Live: zaterdag 26 april 2008, Paradiso
MySpace: Johnny Foreigner
Download: Johnny Foreigner – Arc Across The City


Read more